Terug naar het overzicht

Nooit Uitgevist
Auteur Wim Timmers

-- Uitverkocht --

Boek over Harderwijker visserij: “een kostbaar kralensnoer van verhalen”.

Voor het eerst verschijnt een boek waarin de geschiedenis van de Harderwijker visserij wordt beschreven van de oorsprong tot en met het leven van nu nog actieve vissers. Onder de hoofdtitel ‘Nooit Uitgevist’ vermeldt de omslag dan ook ‘Harderwijk en zijn vissers’. De royaal geïllustreerde, 156 pagina’s tellende uitgave is een samenwerkingsproject van de Stichting Visserijdag Harderwijk en de Harderwijk Reeks. ‘Nooit Uitgevist’ is geschreven door de historicus Frits David Zeiler en de journalist Wim Timmers.

“Een kostbaar kralensnoer van verhalen” noemt burgemeester J.G. de Groot het boek in zijn voorwoord. De verhalen zijn door vissers, rokers, een eendenhouder, de dochter van de vroegere werfbaas en de zoon van de mandenmaker verteld aan de journalist. De beschrijving van het vaak moeilijke vissersleven wordt voorafgegaan door een interessant historisch overzicht, waarin Zeiler teruggaat tot de vijftiende eeuw, toen Harderwijk het ‘stapelrecht’ had voor alle vis die tussen Muiden en Kampen werd gevangen en het recht om te vissen alleen gold voor burgers die tot het vissersgilde behoorden.

"Zeiler beschrijft uitvoerig de betekenis van Harderwijk als vissersstad aan de Zuiderzee, maar ook die van bijzondere plaatsgenoten als Eibert den Herder en Johan Oost, die een scheepswerf van betekenis heeft gehad. Hij vertelt het verhaal over de beroepsvereniging ‘Onze Toekomst’ en laat zien hoe de knellende wetgeving zich heeft ontwikkeld die in het door Timmers geschreven tweede deel van het boek zo dikwijls aan de orde is.

Dat tweede deel bevat interviews met mannen die nog hebben meegemaakt dat hun werkweek begon zodra de zondag voorbij was. Midden in de nacht dus. Dan voer de Harderwijker vissersvloot uit. Zeker tachtig schepen groot, herinneren oude vissers zich. De oudste van hen heeft nog beleefd dat ze de haven zeilend verlieten. De botters en pluten, waarmee op de Zuiderzee haring werd gevangen, hadden geen motor.

Zeilend hebben zij de kuil door het water getrokken. Vaak waren ze op zaterdag pas terug. Dat was de dag van het afrekenen op de afslag. Vervolgens was de zondag de dag waarop over het werk zelfs niet mocht worden gesproken. Maar na kerktijd kon een visser toch schuldbewust vaststellen: “Wat heb ik tijdens de dienst weer zitten vissen”. Want dat beheerste hun leven.

De voormalige vissers vertellen over het zware werk, de armoe, de gevaren. Over het zelf breien en boeten van de netten. Over de huisjes die buiten het seizoen vol viswant lagen. Over leningen, van bijvoorbeeld de kolenboer, om een schip te kunnen kopen. En over de loopbaan van jongste knechtje tot schipper. Negen jaar oud? Dan vond vader dat het onderwijs lang genoeg had geduurd. De negentigjarige verteller van nu is nooit het beeld kwijtgeraakt van zijn moeder als zij hem, midden in de nacht, afleverde op de botter. “Zul je uutkieken, jongetje?”

De vrouwen visten thuis mee. Zij zorgden voor het kostmandje dat zondagsnachts gevuld klaar stond, probeerden financieel de eindjes aan elkaar te knopen als de vangsten tegenvielen of de boot aan een beurt op de werf toe was. De gezinnen, vaak heel kinderrijk, waren van moeders zorgen afhankelijk.

Wie de verhalen leest, ziet het getij verlopen. In 1932, toen de Afsluitdijk een feit werd, was het gedaan met de haring. In 1930 was voor ’t laatst ansjovis gevangen. Later hebben de Harderwijkers hun aandeel gehad in het leegvissen van de polder die voor hun kust ontstond. Een van de weinige IJsselmeervissers die de stad in 2003 nog heeft, vertelt hoe moeilijk het werk inmiddels door de strenge regels is geworden. De vis is schaars, het meer wordt volgens deskundigen overbevist. De kotter ligt niet meer in de oude Harderwijker vissershaven, maar in Lelystad.

Het is de hoogste tijd om de laatste vissers hun verhalen te laten vertellen, hebben de Stichting Visserijdag Harderwijk en de uitgevers van de Harderwijk Reeks besloten. Al zijn de vertellers, op die ene na, allen vissers aan de wal, uitgevist raken ze nooit. En goede vertellers zijn ze allemaal. Bij hun verhalen horen die van de rokers, van de vissers die eendenhouders werden, van de werfbaas die botters bouwde en ook van de mandenmaker wiens knapste kunstwerkjes de kubben voor de vissers zijn geweest.

Het boek is een combinatie van beschrijvende en vertelde geschiedenis. Het is daarmee niet alleen een historisch werk, maar ook een hommage aan de bevolkingsgroep die zo sterk haar stempel heeft gedrukt op het beeld van de stad.